Btw-aangifte invullen: stap voor stap
Wat staat er in welke rubriek en hoe bereken je het saldo dat je betaalt of terugkrijgt?
± 8 min lezen
Kort antwoord
In je btw-aangifte vul je per rubriek je omzet en btw in. Rubriek 1 is je binnenlandse omzet per tarief (21% en 9%). Rubrieken 2 tot en met 4 gaan over verlegde btw, EU-leveringen en import. Rubriek 5b is je voorbelasting: de btw op je zakelijke inkopen. Het saldo is de verschuldigde btw minus de voorbelasting; is dat positief, dan betaal je, is het negatief, dan krijg je terug. Je doet meestal per kwartaal aangifte en betaalt binnen één maand na het kwartaal.
Hoe vaak en wanneer doe je aangifte?
De meeste zzp’ers doen btw-aangifte per kwartaal. Je hebt na afloop van het kwartaal één maand de tijd om de aangifte in te dienen én te betalen. De aangifte over het eerste kwartaal (januari tot en met maart) moet dus uiterlijk eind april binnen zijn, inclusief betaling.
Sommige ondernemers doen per maand of per jaar aangifte; dat hangt af van je situatie en wat de Belastingdienst heeft vastgesteld. De rubrieken en de werkwijze zijn in alle gevallen hetzelfde.
Te laat indienen of betalen kan een verzuimboete en rente opleveren. Zorg dus dat je de termijn van één maand na het kwartaal goed in de gaten houdt.
Rubriek 1: je binnenlandse omzet
In rubriek 1 vul je je omzet in die je in Nederland hebt gefactureerd, uitgesplitst per tarief. Rubriek 1a is voor het algemene tarief van 21%, rubriek 1b voor het verlaagde tarief van 9%. Per regel vul je zowel het omzetbedrag (exclusief btw) als de bijbehorende btw in.
Heb je omzet waarover je 0% rekent of die verlegd is naar een binnenlandse afnemer, dan komt die in andere onderdelen van rubriek 1 of in rubriek 2. Particuliere verkopen en zakelijke verkopen met btw vallen gewoon onder 1a of 1b, afhankelijk van het tarief.
- Rubriek 1a: omzet en btw tegen 21%
- Rubriek 1b: omzet en btw tegen 9%
- Bedragen exclusief btw invullen, met de btw apart ernaast
Rubrieken 2 tot en met 4: buitenland en verlegging
Rubriek 2 gaat over btw die naar jóu is verlegd: als afnemer geef je dan de btw aan. Rubriek 3 is voor je leveringen en diensten naar het buitenland: 3a voor leveringen buiten de EU (export), 3b voor leveringen en diensten naar EU-landen, en 3c voor installatie of afstandsverkopen. Rubriek 4 gaat over leveringen en diensten die jij uit het buitenland ontvangt en waarover je hier btw moet aangeven.
Voor de meeste zzp’ers zonder buitenlandse handel blijven deze rubrieken leeg. Doe je wel zaken met EU-ondernemers, dan moeten de bedragen in rubriek 3b overeenkomen met je ICP-opgaaf.
Rubriek 5: voorbelasting en het saldo
Rubriek 5 telt eerst alle verschuldigde btw uit de vorige rubrieken op (rubriek 5a). In rubriek 5b vul je je voorbelasting in: de btw die je over je zakelijke inkopen hebt betaald en mag terugvragen. Het verschil tussen 5a en 5b is het bedrag dat je per saldo betaalt of terugkrijgt.
Een rekenvoorbeeld: je hebt € 10.000 omzet tegen 21%, dus € 2.100 verschuldigde btw (rubriek 1a). Je hebt over zakelijke inkopen € 600 voorbelasting betaald (rubriek 5b). Het saldo is € 2.100 − € 600 = € 1.500. Dat betaal je binnen één maand na het kwartaal aan de Belastingdienst.
Is je voorbelasting hoger dan je verschuldigde btw — bijvoorbeeld in een kwartaal met een grote investering — dan is het saldo negatief en krijg je btw terug.
Dit is algemene uitleg, geen fiscaal advies — controleer je situatie bij de Belastingdienst of een boekhouder.
Veelgemaakte fouten
De meeste fouten in de aangifte komen door verkeerd uitsplitsen of door bedragen die niet met elkaar kloppen.
- Omzet inclusief in plaats van exclusief btw invullen
- Omzet niet correct splitsen tussen 21% en 9%
- Voorbelasting vergeten op te voeren in rubriek 5b
- Rubriek 3b en de ICP-opgaaf niet op elkaar laten aansluiten
- De aangifte wel indienen maar vergeten te betalen binnen de maand
- Een fout uit een eerder kwartaal niet corrigeren via een suppletie
Hoe Factabel helpt
Factabel verzamelt je verkoop-btw automatisch per tarief op basis van je facturen, en je voorbelasting op basis van de bonnetjes die je via Bonnie vastlegt. Aan het eind van het kwartaal heb je daarmee de cijfers voor elke rubriek bij de hand.
Doe je zaken met EU-ondernemers, dan helpt Factabel om je verlegde en EU-omzet apart te houden, zodat rubriek 3b en je ICP-opgaaf op elkaar aansluiten. Zo bereid je je btw-aangifte per kwartaal voor zonder los giswerk en zonder bedragen die niet kloppen.
- rubriek
- Een onderdeel van het btw-aangifteformulier waarin je een specifiek soort omzet of btw invult.
- voorbelasting
- De btw over zakelijke inkopen die je terugvraagt in rubriek 5b. Lees meer
- saldo
- Het verschil tussen verschuldigde btw en voorbelasting: wat je betaalt of terugkrijgt.
Veelgestelde vragen
Meestal per kwartaal. Je hebt na afloop van het kwartaal één maand de tijd om in te dienen én te betalen.
Je binnenlandse omzet per tarief: 1a voor 21% en 1b voor 9%, telkens met de bijbehorende btw.
In rubriek 5b. Dat is de btw die je over zakelijke inkopen hebt betaald en mag terugvragen.
Trek je voorbelasting (5b) af van je verschuldigde btw (5a). Is het positief, dan betaal je; is het negatief, dan krijg je terug.
Dan doe je een nihilaangifte: je vult overal nul in. Aangifte doen blijft verplicht, ook zonder omzet.
Dan corrigeer je dat via een suppletie. Kleine bedragen mag je in je volgende aangifte verwerken; grotere bedragen via een aparte suppletie.